Jullie weten dat ik sporten stimuleer en een geweldige uitlaatklep vind als je in de put zit. Alleen kan je ook te ver gaan en doorslaan. Zeker als je psychisch kwetsbaar bent, zoek je vaak iets waar je jezelf helemaal in kunt verliezen of ‘soort controle’ over kunt krijgen. Een jaar geleden was mijn omgeving ook bang dat ik zou doorslaan. Daarom besloot ik niet op de weegschaal te staan en geen calorieën te tellen. Gewoon puur uitgaan van mijn gevoel en of ik me lekker in vel voelde. Bij mij ging het goed, ik viel af, werd stakker, voelde me positiever en blijer en had meer energie. Helaas lukt dit niet voor iedereen. Zo ook bij Emma. Ze is dan geen hardloper, maar een professionele voetballer in spé. En tja, voetballen is ook soort van rennen? 🙂

Sporten is een fijne uitlaatklep, maar doorslaan, daar moet je voor oppassen. Bewaak je grenzen en let op jezelf! Hier Emma haar verhaal:

“Als je bedenkt dat ik op de middelbare school nooit verder kwam dan magere zesjes voor wiskunde is het eigenlijk een klein wonder hoe goed ik een jaar geleden met getalletjes was geworden toen het op calorieën tellen aankwam. Want in mijn streven om de top van het voetballen te behalen zat voor mij nog een ander doel verborgen: dat van een ‘H&M-lijf’. Ik zal even bij het begin beginnen.”

“Toen ik in 2013 voor het eerst een professionele vrouwenvoetbalwedstrijd bezocht, was het alsof er bij mij een kwartje viel dat eigenlijk veel eerder had moeten vallen. Ik speelde zelf al een jaar of tien bij de lokale club in het dorp, maar was nooit verder gekomen dan het bierteam in de vijfde klasse, waarbij de derde helft de belangrijkste was. Dromen over profvoetbal waren na mijn dertiende verjaardag langzaam vervaagd, en vervangen door een levensstijl van feesten, roken, en vooral heel rebels doen. ‘Erbij horen’ was mijn hoogste prioriteit. En voor iemand die al heel haar leven nooit echt zelfverzekerd was geweest, sociaal vaak een beetje ongelukkig was en zich altijd wat dikkig had gevoeld is erbij horen een hele opgave.”

Doorgeslagen

“Maar toen kwam die ene wedstrijd. Door een hele rij toevalligheden belandde ik die bewuste donderdagavond op een sportpark in een buitenwijk van Stockholm, en vanaf dat moment wist ik het zeker. Ik zou profvoetballer worden. Ik was net 20 geworden, rookte een pakje per dag en had nog nooit een bal met mijn linkervoet gespeeld. Maar dat zou me niet tegenhouden. Het ging me lukken.

Een jaar later had ik al flink wat stappen gezet. Ik was van club gewisseld, had uren en uren wedstrijden bestudeerd en boek na boek gelezen over aanvalspatronen, sprinttechniek en het belang van koolhydraten. Maar op dat laatste vlak was ik een beetje doorgeslagen.”

Olie op het vuur

“Ik merkte namelijk dat ik door het streng letten op mijn voeding niet alleen beter kon presteren op het voetbalveld, ook raakte ik eindelijk mijn ‘babyvet’ en een paar extra kilo’s kwijt. ‘Wat zie je er goed uit!’ ‘Wat ben je afgetraind tegenwoordig!’ hoorde ik vaak. Hoe goedbedoeld dit soort complimentjes ook waren, voor mij was het als olie op het vuur. Ik kreeg erkenning voor mijn harde werk en gedisciplineerde voedingsregime, en voor het eerst sinds mijn elfde voelde ik me geen ‘dikkerdje’ meer. Maar gezond was het allerminst. Begrijp me niet verkeerd, ik denk dat het niet per definitie fout is om iemand te complimenteren als hij of zij hard werkt om af te vallen. Maar in een maatschappij waarin de zelfwaarde van (jonge) meisjes vaak direct gerelateerd is aan hoe laag ze het getal op de weegschaal kunnen krijgen, is het een levensgevaarlijke opmerking om te maken.”

“Naast het feit dat ik in mijn hoofd de hele dag bijna alleen nog maar met eten bezig was (wanneer ‘mag’ ik? Hoeveel? Wanneer ga ik sporten?) had mijn nieuwe obsessie ook gevolgen voor mijn sociale leven. Ik sloeg barbecues liever over, en verjaardagen al helemaal. Niet zozeer omdat ik bang was dat ik me niet kon inhouden, maar als de rest met een glas bier en een stuk taart zit krijg je veel commentaar als je alleen een glaasje water pakt, en ik had simpelweg gewoon geen zin in keer op keer dezelfde discussie. Maar doordat ik beleefd bedankte voor de meeste sociale gelegenheden, zat ik alleen maar meer thuis op de bank. Met veel te veel tijd om na te denken.”

“Weten dat je doorgeslagen bezig bent als je eerst een uur gaat sporten voordat je een bakje cruesli ‘mag’ eten doorbreekt het gedachtenpatroon niet. Je ervan bewust zijn dat je eigenwaarde nooit in directe verhouding zal staan met het getal op de weegschaal is niet genoeg. We mogen mensen prijzen die hun levensstijl omgegooid hebben om gezond te worden, daar is niks mis mee. Maar alsjeblieft, laten we jonge kinderen leren dat sporten leuk, uitdagend en goed voor je gezondheid is, en niet alleen een manier om calorieën te verbranden.”

De gulden middenweg

“Ik heb ondertussen de gulden middenweg een beetje kunnen vinden. Goed, ik zal waarschijnlijk de cocktailsaus bij de barbecue overslaan en vriendelijk ‘nee’ zeggen tegen dat tweede stuk slagroomtaart, maar eten is voor mij niet meer een beloning die afhangt van hoeveel uur ik gesport heb. Eten is brandstof, die je nodig hebt om zo goed mogelijk te kunnen presteren zowel op het voetbalveld als daarbuiten. En voor iedereen die zich ook maar enigszins herkent in mijn verhaal zal ik het blijven vertellen. Pas als de jonge sporters van de toekomst opgroeien zonder calorieënteller-apps op hun telefoon, is mijn missie geslaagd.”

Geïnspireerd door Emma haar verhaal? Je kan haar blog lezen op emmacoolen.nl of like haar Facebookpagina. Of heb je zelf ook de moed gekregen om je eigen verhaal over psychische kwetsbaarheid en sport te delen? Stuur me dan een berichtje via de contactpagina. 🙂 En wie weet kom jij op de blog!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *