De oorzaak van een depressie verschilt per persoon, maar het komt vaak niet door één bepaald ding. Het is vaak een opeenstapeling van bepaalde gebeurtenissen. Maar ook erfelijkheid speelt een bepaalde rol.

Kwetsbaarheid voor depressie is deels erfelijk bepaald. Uit onderzoek van psycholoog Janna Vrijsen blijkt dat ruim honderd afzonderlijke genen een relatie hebben met depressie. Maar er is niet een enkel gen als boosdoener aan te wijzen. Depressie is een complex geheel van erfelijke en omgevingsfactoren: hoe groei je op, in welk soort gezin, hoe gaat het op school en met vrienden, welk karakter, welke persoonlijkheid, welke ervaringen maak je mee?’ Anders gezegd: een nare jeugd of erfelijke aanleg betekent niet automatisch dat je een depressie krijgt.

Hoe erg het in mijn eigen familie voorkomt weet ik niet, want er werd er nooit over gesproken. Ik weet alleen dat mijn moeder tijdens haar pubertijd suïcidaal was en toen ze ouder was een korte tijd medicijnen heeft geslikt. Mijn tante heeft er ook last van gehad tijdens haar pubertijd (of ze medicatie heeft geslikt weet ik niet). Toen was het snel het idee van ‘schouders eronder en niet zeuren’, dus misschien kropte zij het ook gewoon op.

Mijn nichtjes daarentegen slikken het wel, en ook ik moet antidepressiva slikken. Allemaal hebben we verschillende dingen meegemaakt, komen van een ander gezin en zijn we tegen andere dingen aangelopen. Maar wat me opviel, was dat we allemaal rond dezelfde leeftijd (pubertijd) net als mijn moeder en mijn tante, last kregen van sombere gedachtes. Ik vond het opvallend en concludeerde hieruit dat het wel speelt in onze familie. Zeker rond de pubertijd. Iets wat ik zeker op zal gaan letten bij mijn kinderen als ze in de pubertijd komen en zeker zal willen meegeven, zodat er op tijd hulp kan worden ingeschakeld. Want toen ik in de pubertijd zat, wist ik dat er iets niet helemaal klopte, alleen wist ik niet WAT. De stap om dat te uiten, überhaupt te weten dat er mogelijkheden waren was al een grote openbaring voor mij.

Het filmpje van Kristen Bell was daardoor erg herkenbaar voor mij. Dat er in de familie problemen waren met serotonine en dus ook ‘makkelijker’ werd gepraat over eventueel medicijnen nemen. Ze praat ook over de stigmatisering van antidepressiva. Dat er raar naar je wordt gekeken als je langere tijd antidepressiva slikt, maar niet als je bijvoorbeeld insuline neemt omdat je diabetes hebt. Dat heb je toch ook de rest van je leven nodig? Hetzelfde geldt voor antidepressiva. Je slikt het en voelt beter, sommige kunnen ervan af, anderen moeten het blijven slikken. Kristen Bell bijvoorbeeld slikt het nog steeds. Benieuwd? Bekijk het filmpje maar eens!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *