Sinds ongeveer een jaar werk ik als freelancejournalist. Op en af krijg ik klussen en heb ik het soms druk en soms ook helemaal niet (dan blog ik dus ook wat meer). Living la Vida Freelance dus. Ik vind het heerlijk.

Veel van mijn werk heb ik via mijn blog gekregen. Nooit dacht ik dat zoiets zou gebeuren. Ik begon mijn blog als uitlaatklep, omdat ik tijdelijk stopte met mijn studie journalistiek, alleen wilde ik wel blijven schrijven.

Ik kan me nog goed herinneren wat een vriendin toen tegen me zei: ‘Ell, wat als dit het begin is van je carrière?’ Ik zei toen: ‘Doe normaal! Vast niet! Het is maar een blog!’ Tja, eigenlijk had ze dus gelijk.

Zelf zie ik mijn blog als mijn steun. Ik heb zoveel gedachtes die door mij heen gaan en zo’n blog houd me op mijn pad. Ik weet soms niet wat ik zonder mijn blog zou moeten doen. Ik heb er zoveel energie uitgehaald. Het is wel een haat/liefde verhouding hoor. Soms denk ik ‘ik kap ermee’ ik wil niet zo open zijn, dan wil ik onder een dekentje verstoppen en nooit meer tevoorschijn komen. Het is ook iets wat ‘nooit’ af is, continue doorgaat, je stress kan leveren en ook druk omdat je denkt dat je het nooit goed genoeg doet (mijn perfectionistische kant). Waar moet ik nu over schrijven? Oh, shit een spelfout… Maar tja, ik ben ook maar mens.

Daarentegen heeft de blog me ook zoveel meer gegeven. Veel meer positieve dingen dan slechte dingen. En dat kan ik niet opgeven. Ook voor jou niet. Hoeveel mensen me hebben bericht dat mijn blog hun heeft geholpen om met hun depressie om te gaan, te gaan bewegen/sporten. Dat vind ik denk ik het grootste compliment. Dat het anderen ook helpt. Ik heb er zoveel nieuwe mensen door leren kennen, zoveel mogelijkheden en kansen door gekregen. Soms denk ik: ‘Waarom was ik er niet eerder mee begonnen?’ Maar ik volg niet zo graag de ‘menigte’. Omdat iedereen een blog heeft of iets. Dan ga ik dat juist niet doen.

Schrijven als uitlaatklep
En oke, mijn blog is ook niet ‘mainstream’, daar heb ik ook bewust voor gekozen. Tegendraads. Zo ben ik wel vaker genoemd. Maar terug naar waar ik het over wilde hebben. Mijn baan. Mijn baan als freelancer, als journalist, als schrijver, als blogger. Ik moet mezelf soms nog steeds in mijn arm knijpen om te zien of ik toch niet droom. Want ik doe wat ik het liefst wil doen. Schrijven. Schrijven over mensen, over gevoelens, over dingen, over de maatschappij, over wat ons beweegt, over hardlopen, over betekenis in de wereld. Ik schrijf waar IK over WIL schrijven. Laatst vroeg iemand: ‘waar wil je heen met je carrière? Waar wil je over gaan schrijven?’ En toen zei ik: ‘dat doe ik al’. Zo, hoeveel mensen kunnen dat zeggen op hun 23ste?

Waar ga ik heen?
Een jaar geleden wist ik echt niet waar ik heen wilde in de journalistiek. Maar door mijn blog en mijn ‘zelfreflectie’ tussenjaar heb ik meer over mezelf geleerd dan ooit te voren.  Ik had nooit durven dromen dat ik al binnen een jaar echt een betaalde journalist zou zijn en zou schrijven over dingen waar ik over WIL schrijven. En dat ik mensen mag interviewen, spreken en over hun mag schrijven. Dat wil ik blijven doen.

Een van mijn eerste opdrachten was de wekelijkse rubriek van ProRun: Born Runners. Een jaar geleden begon ik deze rubriek te schrijven en interview ik nu wekelijks hardlopers. Ik interview hardlopers die om een speciale reden hardlopen/zijn gaan hardlopen en wat zij door het hardlopen hebben ontdekt over zichzelf en hun omgeving. Het is fantastisch om te zien wat mensen hebben bereikt. Wat ze hebben doorgemaakt, willen bereiken nog in hun leven, maar ook hoe openhartig ze tegenover mij zijn. Ik vind het geweldig om die verhalen te horen en zou uren met ze kunnen praten. En dat ik dit als werk mag doen? Dat vind ik al helemaal geweldig.

Je leert daardoor het leven te waarderen, mensen te waarderen, te zien dat je gezondheid en wat je hebt niet vanzelfsprekend is. Dat het zo weg kan zijn. En dat mensen echt ‘puur’ en ‘oprecht’ zijn. Je vergeet dat soms. Dat wat we hebben niet vanzelfsprekend is. We vinden het normaal dat we elke dag kunnen eten, gezond zijn, mogen studeren, werk hebben, kinderen kunnen krijgen, oud kunnen worden. Maar wat als je dat niet zou kunnen doen?

Bijvoorbeeld een vrouw die ik vorige week sprak, zij verloor haar man door leukemie toen hij 33 was. 33 jaar oud. Samen liepen ze als stel de Rotterdam marathon. Een gezonde man die marathons liep. Hij had drie jonge kinderen. Bizar. Het is iets wat je niet kan bevatten. Hoe kan dit? Kan dit gebeuren? Nu, probeert deze vrouw haar leven op te pakken, zonder hem, en hardlopen is haar steun. Ze zet door, hoe moeilijk dat ook is.

Of deze week interviewde ik een vrouw die te horen kreeg dat ze borstkanker had, en een maand voor haar eerste marathon een borst besparende operatie kreeg. De dag na haar marathon zou ze beginnen met bestralingen. Een jaar later, wordt ze aangereden door een auto en zou ze nooit meer kunnen hardlopen. Wat gebeurde er? Ze loopt de marathon van Utrecht. Nou, dat noem ik eens doorzettingsvermogen.

Hardlopen
Hardlopen hielp hun allemaal door deze tegenslagen, iets wat ik heel goed herken. Wat zou ik zonder hardlopen moeten, ik kan er niet eens over nadenken wat ik dan had gedaan. Ik wil er niet eens over nadenken. Hardlopen heeft me zoveel gegeven. Ik kan mijn leven niet eens inbeelden zonder. Überhaupt dat ik ooit niet hardliep, Waarom? Ik maak me nu geen zorgen over een plakje taart nemen en dat ik dan een ‘kilo’ aankom. Ik heb een uitlaatklep als ik stress heb, ik voel me lekkerder in mijn vel, ik heb nieuwe vrienden gemaakt, ik ben mentaal sterker geworden, en zo kan ik nog veel meer redenen opnoemen.

Maar door hun verhalen realiseer ik weer waarom we zo dankbaar mogen zijn. Voor wat we wel hebben. Voor wat we allemaal kunnen. Deze verhalen zijn misschien heftig, maar eigenlijk zijn ze ook doodnormaal. Helaas. Want het komt eigenlijk vaak voor. Tegenslagen. Vroeg of laat maak je ze mee. Maar de manier waarop je hierop reageert en doorheen slaat. Dat is uniek. Elke keer. De kracht om te overleven, om door te zetten. Via hardlopen of iets anders. Niet met de pakken neerzitten en opgeven. Want opgeven is geen optie. Dat zegt elke geïnterviewde tegen mij. Opgeven is geen optie. Je vecht terug, tot je niet meer kan.

Want we hebben vandaag, maar wie zegt dat we morgen hebben? Het is niet vanzelfsprekend dat we gezond oud worden, dat alles in ons schoot wordt geworpen. We moeten vechten voor wat we willen. En ik ben blij dat ik elke week er weer aan word herinnert, deze doorzetters mag spreken, hun verhalen mag schrijven en mag delen met de wereld. Het geeft mij kracht om hun verhalen te horen en te weten dat we allemaal mens zijn. Ik word er elke keer weer aan herinnert waarom ik ook mijn eigen tatoeage heb gezet. Want het is mijn levensmotto geworden. Carpe Diem. Pluk de dag.

screen-shot-2016-12-09-at-13-52-08

8 thoughts on “Wat ik het leukste vind aan mijn baan”

    1. Hi Hans,

      Leuk dat je mijn blog bent gaan lezen! 🙂 En ook reageert op de verschillende posts!
      En bedankt nog voor de leestip. Ga ik zeker naar kijken! 😉

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *